ECLI:NL:CRVB:2013:CA3219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd later in aanmerking gebracht voor een WAO-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale Recherche een onderzoek naar vermeende samenwoning met betrokkene. Het college trok de bijstand in en vorderde de ontvangen bedragen terug wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder mededeling hiervan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat de verklaringen van betrokkene en buurtbewoners onvoldoende concreet waren en dat persoonlijke spullen van betrokkene niet werden aangetroffen. De Raad oordeelde dat de waarnemingen na de relevante periode plaatsvonden en dat de verklaringen onvoldoende feitelijke grondslag boden voor het standpunt van het college.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het eerdere besluit van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard wegens strijd met het motiveringsbeginsel en onvoldoende bewijs voor het gezamenlijke hoofdverblijf.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor gezamenlijke huishouding.