ECLI:NL:CRVB:2013:CA3514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A.M. Overbeeke
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingen- en medewerkingsplicht
Appellant ontving vanaf mei 2007 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van vermoedens van fraude heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld naar zijn woon- en leefsituatie. Tijdens een huisbezoek in januari 2010 bleek dat appellant al geruime tijd niet meer op het opgegeven adres woonde, wat werd bevestigd door zijn moeder.
Op 12 februari 2010 werd appellant geconfronteerd met twijfels over zijn woonplaats, maar hij weigerde medewerking aan verder onderzoek. Het college trok daarop de bijstand per 1 december 2009 in. De voorzieningenrechter en rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep van appellant ongegrond.
De Raad oordeelt dat het college terecht twijfelde aan de juistheid van de door appellant verstrekte gegevens en dat de verklaring van zijn moeder niet onrechtmatig was verkregen. De weigering van appellant om medewerking te verlenen maakt het recht op bijstand onduidelijk en rechtvaardigt de intrekking. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht.