ECLI:NL:CRVB:2013:CA3563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering bijstand en toewijst schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante ontving bijstand van het college vanaf december 1997. Na echtscheiding en boedelverdeling met [T.] werd vastgesteld dat appellante recht had op een bedrag van € 62.500,--. Het college verrekende daarop diverse kosten en het vrij te laten vermogen, wat resulteerde in een terugvordering van € 6.123,08, minder dan de netto verleende bijstand.
De rechtbank Leeuwarden vernietigde het bestreden besluit over de terugvordering vanwege een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand en wees een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad oordeelde dat de terugvordering terecht was gebaseerd op artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB en bevestigde het bestreden besluit. Wel stelde de Raad vast dat het college de redelijke termijn overschreed met bijna twee jaar, waardoor het college werd veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000,--. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellante vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte wettelijke grondslagen voor terugvorderingen en de bescherming van appellanten tegen onredelijke termijnen in bestuursprocedures.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de terugvordering van € 6.123,08 en veroordeelt het college tot betaling van € 2.000,-- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.