ECLI:NL:CRVB:2013:CA3752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet aanvaarden passend werk niet gerechtvaardigd
Appellant ontving vanaf 1 maart 2011 een WW-uitkering die het UWV op 27 juni 2011 beëindigde wegens het weigeren van passend werk aangeboden door BBZ Personeelsdiensten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat passend werk als heftruckchauffeur was aangeboden en geweigerd zonder geldige reden.
In hoger beroep stelde appellant dat het aanbod niet concreet was: het gesprek met BBZ vond kort en onduidelijk plaats, zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst of functieomschrijving. Ook was sprake van een nul-urencontract en onduidelijkheid over arbeidsvoorwaarden, waardoor hij niet kon beoordelen of hij geschikt was voor het werk.
De Raad oordeelde dat het UWV niet kon aantonen dat een concreet passend aanbod was gedaan. Het gesprek vond plaats onder onbetrouwbare omstandigheden en BBZ gaf geen nadere informatie ondanks herhaalde verzoeken. Daarom was het besluit tot beëindiging van de uitkering onterecht en werd het vernietigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd en herroepen wegens het ontbreken van een concreet passend aanbod.