ECLI:NL:CRVB:2013:CA3813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid tot eigen werk en afwijzing schadevergoeding in ZW-uitkering
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering per 19 augustus 2010 te beëindigen. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard vanwege een onvolledig beeld van de laatst verrichte arbeid, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts op inzichtelijke en overtuigende wijze de medische beperkingen van appellant had onderbouwd en dat appellant ondanks klachten in staat was zijn eigen werk te verrichten. De bezwaararbeidsdeskundige had het werk van appellant duidelijk omschreven, hetgeen door appellant zelf niet betwist werd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de maatstaf arbeid onjuist was en dat hij niet had ingestemd met de werkomschrijving, evenals dat de redelijke termijn was overschreden. De Raad verwierp deze bezwaren en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de redelijke termijn niet was overschreden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.