ECLI:NL:CRVB:2013:CA3826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als produktiemedewerker, viel uit per 18 december 2006 wegens rugklachten met uitstraling naar het linkerbeen. Het UWV stelde bij besluit van 21 januari 2010 vast dat appellant vanaf 14 december 2009 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische gegevens geen aanleiding gaven het besluit te wijzigen. De door appellant aangevoerde rapporten van Instituut Psychosofia en de WSW-indicatie werden niet als voldoende bewijs erkend.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over de medische onderbouwing en vroeg hij om schadevergoeding. De Raad onderschreef de eerdere beoordeling en oordeelde dat de medische grondslag van het besluit niet ondeugdelijk was. De WSW-indicatie kon geen directe betekenis krijgen voor de WIA-uitkeringsvraag. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.