ECLI:NL:CRVB:2008:BG4571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldige vaststelling arbeidsbeperkingen in WAO-herzieningszaken
Appellante maakte bezwaar tegen herzieningsbesluiten van haar WAO-uitkering, waarbij haar mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 55 tot 65%. Zij voerde aan dat de medische rapportages onzorgvuldig waren en dat haar beperkingen werden onderschat. Ter onderbouwing bracht zij rapporten in van het Instituut Psychosofia en medische specialisten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de rapporten van het Instituut Psychosofia niet de medische waarde hadden die appellante daaraan toekende. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond, maar liet de rechtsgevolgen in stand, en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze oordelen. De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen het onderzoek volgens de reguliere geneeskundige maatstaven hadden uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De rapporten van het Instituut Psychosofia boden geen medische aanknopingspunten om het oordeel te wijzigen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees de hoger beroepen af. Tevens oordeelde de Raad dat proceskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat de bestreden besluiten niet zijn herroepen wegens onrechtmatigheid.
De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige medische beoordeling binnen de reguliere geneeskunde bij de vaststelling van arbeidsbeperkingen in WAO-zaken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsbeperkingen zorgvuldig zijn vastgesteld en wijst de hoger beroepen af.