ECLI:NL:CRVB:2014:1087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering bij startende zelfstandige ondanks bezwaar over informatieverstrekking
Appellant ontving vanaf 1 januari 2009 een WW-uitkering en kreeg toestemming om met behoud van deze uitkering een eigen bedrijf te starten van 1 april tot 4 oktober 2009. Het UWV betaalde de uitkering als voorschot en verrekende deze achteraf met de inkomsten van appellant als zelfstandige, wat leidde tot een terugvordering van € 6.614,09.
Appellant voerde aan dat het UWV hem onvoldoende had geïnformeerd over de mogelijke terugvordering en de wijze van verrekening, met name over de toepassing van de ondernemersaftrek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende geïnformeerd was via gesprekken, schriftelijke besluiten en een folder over de startperiode en verrekening. Hoewel het UWV niet expliciet had gewezen op de ondernemersaftrek, had appellant dit kunnen weten door de geldende regelgeving te raadplegen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot terugvordering van de WW-uitkering wordt gehandhaafd.