ECLI:NL:CRVB:2014:1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 2005 bijstand en volgde trajecten om zelfstandig ondernemer te worden. Na een klacht ontstond een onderzoek naar mogelijke inkomsten uit boekverkoop en andere activiteiten via stichtingen waarvan appellant bestuurder was. Uit het onderzoek bleek dat appellant inkomsten ontving die niet waren gemeld, terwijl deze gelden voor privégebruik werden aangewend.
De gemeente Breda trok de bijstand over de periode 2007-2010 in of herzag deze en vorderde €20.307,32 terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde onder meer aan dat hij een afspraak had met zijn klantmanager over het opgeven van alleen positieve saldi, dat sommige bedragen onkostenvergoedingen waren en dat hij ten onrechte niet onder het Bbz-traject viel.
De Raad verwierp alle beroepsgronden: de afspraak was niet aannemelijk gemaakt, appellant had geen administratie bijgehouden en kon de ontvangen bedragen niet als onkosten aantonen, en het was zijn verantwoordelijkheid om het Bbz-traject aan te vragen. De commissie was bevoegd tot intrekking en terugvordering. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.