ECLI:NL:CRVB:2014:1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering leenbijstand wegens niet-medewerking aan hypotheekvestiging
Appellanten ontvingen leenbijstand onder de voorwaarde dat zij medewerking zouden verlenen aan het vestigen van een krediethypotheek op hun woning. Het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage herzag de bijstand en vorderde terugbetaling omdat appellanten inkomsten uit arbeid ontvingen en niet aan de hypotheekvoorwaarde voldeden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen de terugvordering gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep betoogden appellanten dat het vertrouwensbeginsel hen beschermt tegen terugvordering en dat er sprake is van rechtsongelijkheid vanwege een drempelbedrag van €1.200,-.
De Raad oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen scheppen. Ook is de vermeende rechtsongelijkheid onvoldoende om vermindering van het terug te vorderen bedrag te rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van leenbijstand bevestigd.