ECLI:NL:CRVB:2014:1262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na herstel besluit UWV met toekenning rente en proceskosten
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een besluit van het UWV inzake een WAO-uitkering. Na een tussenuitspraak heeft het UWV de gebreken in het bestreden besluit hersteld, waarna appellante het hoger beroep introk. De Raad beoordeelde het verzoek van appellante tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en proceskosten in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV de wettelijke rente moet vergoeden en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten, begroot op € 2.477,-. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure was overschreden, zowel in de bestuurlijke als rechterlijke fase, waardoor het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens deze overschrijding.
De Raad bepaalde dat de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken bij de heropening van het onderzoek. De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun en uitgesproken in het openbaar op 16 april 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na herstel van het besluit, met toekenning van wettelijke rente en proceskosten, en heropening van het onderzoek wegens overschrijding van de redelijke termijn.