ECLI:NL:CRVB:2014:1391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op bijstand bij gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellant vroeg bijstand aan als alleenstaande, maar het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende inzicht in zijn woon-, leef- en financiële situatie en omdat sprake zou zijn van een gezamenlijke huishouding met een partner, waardoor een voorliggende voorziening (partnertoeslag studiefinanciering) van toepassing is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de afwijzing wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de grondslag van het besluit had gewijzigd en dat hij de gevraagde informatie had verstrekt.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht buiten de oorspronkelijke grondslag trad en dat het college terecht de aanvraag afwees wegens schending van de inlichtingenverplichting. Tevens stelde de Raad vast dat appellant en zijn partner gezamenlijk hoofdverblijf hadden, waardoor sprake was van een gezamenlijke huishouding en geen recht op bijstand als alleenstaande bestond.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt terecht afgewezen vanwege gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenverplichting.