ECLI:NL:CRVB:2014:1405
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WAO-dagloon met opdracht tot herstelbestemming door UWV
Betrokkene was arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering waarvan het dagloon was vastgesteld door het UWV. Na eerdere besluiten en herzieningen verzocht betrokkene in 2011 om herziening van het dagloon vanwege onjuiste gegevens over gewerkte dagen bij een uitzendbureau.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat het besluit van 18 maart 2008 onherroepelijk was voor de periode tot het verzoek, maar dat het dagloon na het verzoek onjuist was vastgesteld en herrekend moest worden. Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat voor de periode tot het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen, maar dat voor de periode na het verzoek het UWV het dagloon opnieuw moet berekenen conform de destijds geldende Dagloonregelen WAO. De Raad draagt het UWV op binnen drie maanden het besluit te herstellen.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen het verleden en de toekomst bij duuraanspraken en bevestigt het belang van rechtszekerheid voor het verleden, maar een zorgvuldige belangenafweging voor toekomstige perioden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het WAO-dagloon wordt afgewezen voor de periode tot het verzoek, maar het UWV wordt opgedragen het dagloon na het verzoek opnieuw te berekenen en het besluit te herstellen.