ECLI:NL:CRVB:2014:1438
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang Wmo wegens voorliggende voorziening GOL
Verzoekers, een Iraaks gezin met kinderen, verblijven sinds 2006 in Nederland en zijn uitgeprocedeerd in hun asielprocedure. Zij vroegen maatschappelijke opvang aan op grond van de Wmo, maar het college wees dit af omdat zij zich kunnen melden bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) voor opvang in een gezinsopvanglocatie (GOL). Verzoekers stelden dat de GOL geen wettelijke basis heeft en niet geschikt is voor langdurige opvang, en dat het college onvoldoende rekening hield met de belangen van hun kinderen.
De voorzieningenrechter erkent dat de kinderen kwetsbaar zijn en beroep kunnen doen op artikel 8 EVRM Pro, maar oordeelt dat de opvang in een GOL een voorliggende voorziening is die het college vrijwaart van de verplichting maatschappelijke opvang te bieden. De voorzieningenrechter overweegt dat de GOL adequaat is en dat geschillen over de voorwaarden van die opvang aan de vreemdelingenrechter toekomen.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er voldoende spoedeisend belang is, maar de belangenafweging een “fair balance” toont tussen publieke belangen en particuliere belangen. De uitspraak bevestigt dat de opvang in een GOL de maatschappelijke opvang op grond van de Wmo vervangt zolang deze voorziening beschikbaar is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat opvang in een GOL als voorliggende voorziening geldt.