ECLI:NL:CRVB:2014:1449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling omvang zorgindicatie door CIZ
Appellante, bekend met diverse beperkingen, vroeg herindicatie van haar zorg via de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Na een initiële indicatie op 7 september 2011, wijzigde CIZ deze op 3 februari 2012 en 28 februari 2012, waarbij verschillende zorgfuncties en klassen werden vastgesteld voor persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat CIZ de omvang van de indicatie juist had vastgesteld. Appellante werd niet toegelaten tot de functie Kortdurend Verblijf omdat zij niet voldeed aan de eis van permanent toezicht. De rechtbank vond dat CIZ mocht vertrouwen op het advies van de medisch adviseur en dat financiële aspecten van het persoonsgebonden budget in deze procedure niet relevant waren.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet adequaat medisch was onderzocht en dat niet alle zorgmomenten waren meegenomen. Tevens meende zij recht te hebben op Kortdurend Verblijf en verzocht zij vergoeding van advocaatkosten. De Raad concludeerde echter dat de medische informatie volledig en juist was en dat een aanvullend medisch onderzoek geen toegevoegde waarde had. De Raad vond de eerdere beoordeling van de rechtbank inzichtelijk en juist en wees het hoger beroep af.
Ten slotte werd het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde. De uitspraak bevestigt daarmee de juiste vaststelling van de zorgindicatie door CIZ en sluit het geschil af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.