ECLI:NL:CRVB:2014:1450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar en beroep tegen indicatiebesluit jeugdhulp onder toezicht Bureau Jeugdzorg
Appellant maakte bezwaar tegen een indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg Limburg (Bjz) van 7 mei 2012, waarin de jeugdige voor onbepaalde tijd werd aangewezen voor jeugdhulp. Het bezwaar werd door de ambtelijk secretaris van de bezwaarcommissie op 19 juni 2012 niet-ontvankelijk verklaard, omdat tegen het indicatiebesluit geen bezwaar en beroep mogelijk zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak omdat de ambtelijk secretaris onbevoegd was het bezwaar te behandelen. De Raad beoordeelde vervolgens het beroep zelf en oordeelde dat het bezwaar tegen het indicatiebesluit terecht niet-ontvankelijk was, omdat het besluit een ambtshalve genomen toezichtsbesluit betreft waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is volgens de Awb in verbinding met de WJZ.
De Raad verklaarde het beroep tegen het besluit van 5 november 2012, waarin Bjz het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaarde, ongegrond. Het griffierecht werd aan appellant vergoed. De overige gronden werden niet behandeld omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het indicatiebesluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen dat besluit is ongegrond.