ECLI:NL:CRVB:2014:1452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- M.F. Wagner
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging AWBZ-zorg wegens voldoende medische grondslag en voorliggende zorgverzekering
Appellant, met diverse somatische en psychiatrische klachten waaronder een beroerte in 2006 en hartproblemen, ontving op grond van de AWBZ een indicatie voor persoonlijke verzorging en begeleiding. Na een onderzoek naar mogelijk misbruik van het persoonsgebonden budget (pgb) beëindigde het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) de AWBZ-zorg, omdat appellant op basis van actuele medische adviezen niet meer aanspraak zou maken op deze zorg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij zij zich baseerde op medische adviezen die stelden dat appellant zijn persoonlijke verzorging zelf kon uitvoeren en dat eventuele depressieve klachten behandeld moesten worden binnen de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) onder de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de medisch adviseur onvoldoende informatie had ingewonnen. De Raad concludeerde echter dat de medische adviezen gebaseerd waren op recente en volledige informatie van de behandelende sector, inclusief een recidiverende depressieve stoornis. De Raad oordeelde dat behandeling van de depressie inderdaad onder de Zvw valt en dat er geen reden was om het besluit te herzien.
Hiermee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de AWBZ-zorg wordt bevestigd.