ECLI:NL:CRVB:2014:149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ over vroegbehandeling met in stand blijven rechtsgevolgen
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) van 31 januari 2012 over de indicatie voor vroegbehandeling. Na een eerdere tussenuitspraak constateerde de Raad een gebrek in het bestreden besluit vanwege onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak voerde CIZ nader onderzoek uit bij revalidatiecentra Reade en De Trappenberg, waarbij rekening werd gehouden met de belastbaarheid en prikkelbaarheid van appellant en de reisafstand. Medische adviseurs stelden vast dat er indicaties waren voor een vroegbehandeltraject met rustmogelijkheden, waardoor de reisafstand minder belemmerend was.
De Raad oordeelt dat het gebrek in het bestreden besluit door deze nadere motivering is hersteld en dat het besluit nu op voldoende grondslag berust. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Tevens wordt CIZ veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van CIZ wordt vernietigd wegens aanvankelijk gebrek aan motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.