ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AWBZ-zorg voor behandeling en begeleiding wegens onvoldoende onderzoek
Appellant, een kind met motorische en geestelijke ontwikkelingsachterstand door een chromosoomafwijking, vroeg op 26 september 2011 indicatie aan voor AWBZ-functies Behandeling groep en Begeleiding individueel. Het CIZ wees dit af, stellende dat de zorg via de Zorgverzekeringswet (Zvw) kon worden geleverd en dat er geen medische grondslag voor AWBZ-zorg was.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat vroegbehandeling via de Zvw voorliggend is en dat reisafstand geen rol speelt. In hoger beroep stelde appellant dat het CIZ onvoldoende onderzoek had verricht en de motivering gebrekkig was.
De Raad oordeelde dat het CIZ niet volstaan had met de vaststelling dat vroegbehandeling via de Zvw mogelijk is, maar de objectieve zorgbehoefte van appellant had moeten vaststellen. Medische verklaringen toonden aan dat vroegbehandeling in het revalidatiecentrum door reisafstand en prikkelbaarheid niet passend is en dat plaatsing in een gespecialiseerd kinderdagcentrum beter is.
Daarom is het bestreden besluit onvoldoende onderzocht en gemotiveerd en kan het niet standhouden. De Raad draagt het CIZ op binnen zes weken het gebrek te herstellen door nader medisch onderzoek te verrichten naar passende vroegbehandeling, rekening houdend met belastbaarheid en prikkelbaarheid, en zo nodig de aanvraag opnieuw te beoordelen.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering en het CIZ wordt opgedragen het besluit te herstellen.