ECLI:NL:CRVB:2014:1511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij handel in auto’s
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van signalen over handel in auto’s door appellant, voerde de gemeente Amersfoort een onderzoek uit. Uit RDW-gegevens bleek dat appellant en zijn dochter meerdere auto’s kortstondig op naam hadden staan. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde het bedrag terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant stelde dat hij de auto’s slechts voor eigen gebruik had en dat hij niet op de meldingsplicht was gewezen. Hij voerde ook aan dat hij niet goed Nederlands sprak en onzorgvuldig was gehoord. De Raad verwierp deze bezwaren, oordeelde dat appellant voldoende begreep wat hem werd gevraagd en dat zijn verklaring rechtsgeldig is.
De Raad stelde vast dat appellant geen controleerbare gegevens over inkomsten uit de transacties had overgelegd en dat het grote aantal auto’s en korte tenaamstellingen wijzen op handel. De Raad concludeerde dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college de bijstand terecht heeft ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.