ECLI:NL:CRVB:2014:1512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandaanvraag zelfstandige taxibedrijf wegens ontbreken volledige zeggenschap
Appellant, die sinds 2005 bijstand ontvangt, vroeg in 2011 bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor de startfase van zijn taxibedrijf. Hij voegde een ondernemingsplan en een intentieverklaring toe waarin een procuratiehouder een belangrijke rol zou spelen.
De Dienst Werk en Inkomen concludeerde dat de constructie met een procuratiehouder risico's met zich meebrengt en dat appellant niet de volledige zeggenschap over zijn bedrijf heeft, omdat de procuratiehouder alle rechtshandelingen kan verrichten zonder financieel risico te dragen. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat appellant niet voldeed aan de definitie van zelfstandige in het Bbz 2004, omdat bij deelname met meerdere personen iedereen de volledige financiële risico's moet dragen, wat hier niet het geval was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de procuratiehouder vakbekwaamheid kan inbrengen en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar diens rol, wat strijdig zou zijn met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten, stelde dat de relevante wettelijke definitie niet werd gehaald en dat het beroep ongegrond is, waardoor de aanvraag en het verzoek tot schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De bijstandaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet voldoet aan de definitie van zelfstandige in het Bbz 2004.