ECLI:NL:CRVB:2014:1538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ wegens onvoldoende onderzoek totale zorgbehoefte appellant
Appellant, bekend met psychiatrische en persoonlijkheidsproblemen, had een indicatie voor AWBZ-zorg en vroeg om herindicatie. Het CIZ wees de aanvraag deels toe en wees een hoger niveau van zorg af, onder meer vanwege het verblijf van appellant drie dagen per week in België voor luistertherapie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij het medisch advies en de motivering van het CIZ werden onderschreven. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat het verblijf in België ten onrechte buiten beschouwing was gelaten bij de indicatiestelling, en dat hij recht had op kortdurend verblijf, behandeling en vergoeding van vervoerskosten.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand was gekomen, maar dat het CIZ onvoldoende onderzoek had gedaan naar de totale zorgbehoefte, omdat het verblijf in België niet was betrokken. De Raad vernietigde het besluit en droeg het CIZ op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de volledige zorgbehoefte inclusief de luistertherapie in België wordt onderzocht en betrokken.
Andere bezwaren van appellant, zoals recht op kortdurend verblijf, behandeling en vervoer, werden afgewezen omdat niet was gebleken dat aan de voorwaarden daarvoor werd voldaan.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de totale zorgbehoefte van appellant en het CIZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.