ECLI:NL:CRVB:2014:1603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek loskoppeling aanvullende beurs wegens onvoldoende ernstige ouder-kindrelatieverstoring
Appellante verzocht de Minister van Onderwijs om bij de vaststelling van haar aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van haar vader, vanwege een verstoorde relatie. De Minister wees dit verzoek af, wat door appellante werd aangevochten bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een zodanig ernstige en structurele verstoring van de relatie die loskoppeling rechtvaardigt.
In hoger beroep stelde appellante dat haar vader een nieuwe relatie had en haar volledig negeerde, waardoor loskoppeling noodzakelijk was. De Raad overwoog dat de rechtbank het verzoek op goede gronden had afgewezen en dat appellante geen nieuwe feiten of argumenten had aangevoerd die tot een ander oordeel zouden leiden.
Hoewel de situatie verdrietig was, en er sprake was van afstand tussen vader en dochter, was er geen sprake van een langdurig ernstig conflict zoals bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de vader buiten beschouwing te laten bij de aanvullende beurs wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstige en langdurige verstoring van de ouder-kindrelatie.