ECLI:NL:CRVB:2014:1606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en autohandel
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde vast dat hij samenwoonde met een partner en handelde in auto's zonder dit te melden. Na onderzoek en bezwaarprocedures trok het college de bijstand in en vorderde het bedragen terug.
De rechtbank vernietigde delen van de terugvordering over bepaalde maanden, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt het standpunt van het college over de gezamenlijke huishouding en doorlopende autohandel. De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen en verklaringen van de partner voldoende bewijs vormden voor samenwoning en wederzijdse zorg.
Verder werd vastgesteld dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij niet handelde in auto's en dat het ontbreken van administratie het recht op bijstand over de betrokken perioden niet kon vaststellen. Het beroep tegen de terugvordering werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en autohandel.