ECLI:NL:CRVB:2014:1610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkings- en terugvorderingsbesluiten WWB wegens onvoldoende bewijs woningbezit in Marokko
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf 2002. Na anonieme meldingen startte de gemeente Amsterdam een onderzoek naar haar vermogen, waarbij werd vastgesteld dat zij mogelijk een woning in Marokko bezat en een gezamenlijke bankrekening had. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van dit vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelt zij dat het onderzoek onzorgvuldig was en zij geen woning in Marokko bezit. De Raad oordeelt dat het bewijs voor het woningbezit onvoldoende is omdat het onderzoek zich baseerde op onduidelijke informatie van lokale autoriteiten zonder nader bewijs of getuigenverklaringen.
Wel is vastgesteld dat appellante mede-rekeninghouder is van een bankrekening met een saldo dat als haar vermogen moet worden beschouwd. Omdat de besluiten niet zorgvuldig zijn voorbereid en niet deugdelijke motivering bevatten, vernietigt de Raad de besluiten en draagt het college op een nieuw onderzoek te verrichten en een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs woningbezit; het college moet een nieuw onderzoek instellen.