ECLI:NL:CRVB:2016:2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogen
Appellante kreeg bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok deze bijstand met ingang van 1 januari 2006 in en vorderde de teveel betaalde bijstand terug wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Na eerdere uitspraken van de Raad was vastgesteld dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering, behalve voor een korte periode in 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat vaststond dat zij mede-eigenaar was van een woning in Marokko en het vermogen de grens overschreed.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen mede-eigenaar was en dat de waarde van de woning te hoog was getaxeerd, en dat voortzetting van de terugvordering haar in financiële problemen zou brengen. De Raad oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren die al gemotiveerd waren behandeld en dat het hoger beroep niet slaagt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.