ECLI:NL:CRVB:2014:1619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoud in buitenland
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn in Turkije verblijvende kind, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat hij het onderhoudsgeld niet aan de verzorger van het kind had overgemaakt, zoals vereist volgens het beleid. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij het geld aan de moeder van het kind stuurde die het onderhoud regelde, maar kon dit niet met betalingsbewijzen aantonen.
De Svb herzag het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht en vorderde teveel ontvangen bedragen terug, waarbij zij het buitenwettelijk begunstigend beleid toepaste dat gelden voor onderhoud aan de verzorger moeten worden overgemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet op een eenvoudig controleerbare wijze had aangetoond dat hij het onderhoud had voldaan.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad oordeelde dat hij niet voldeed aan de voorwaarde van onderhoud in belangrijke mate, omdat de betalingen niet aan de verzorger waren gedaan en de controle op de verklaringen niet mogelijk was. De Raad bevestigde dat de Svb het beleid consistent toepaste en dat herziening en terugvordering terecht waren, met beperking tot de helft van de periode. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van kinderbijslag worden bevestigd.