ECLI:NL:CRVB:2014:1644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de Sociale Recherche een onderzoek naar haar woonsituatie. Uit het onderzoek bleek dat zij vanaf maart 2012 een gezamenlijke huishouding voerde met een partner zonder dit te melden aan het college. Op basis hiervan trok het college de bijstand in en vorderde de kosten terug.
Appellante diende een klacht in over de wijze waarop toezichthouders haar tijdens het verhoor hadden bejegend en stelde dat zij onder druk haar verklaring had ondertekend zonder de inhoud te kennen. De klacht werd deels gegrond verklaard, maar niet voor de verslaglegging van het gesprek. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door haar psychische en fysieke klachten niet in staat was het verslag te lezen en dat het gesprek niet letterlijk was vastgelegd. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij onder druk het verslag had ondertekend zonder het te kunnen lezen. Het verslag was consistent en redelijk gedetailleerd en zij had de gelegenheid gehad het te lezen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand omdat appellante gehouden wordt aan haar ondertekende verklaring.