ECLI:NL:CRVB:2014:1661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een cv-monteur, heeft sinds november 2005 door een bedrijfsongeval gezondheidsproblemen en vroeg in 2008 een WIA-uitkering aan, die werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2010, waarbij nieuwe gezondheidsproblemen zoals de ziekte van Bechterew werden vastgesteld, bleef het Uwv bij de weigering van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de onderzoeken door verzekeringsartsen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant in 2007 al leed aan de ziekte van Bechterew. Ook de psychische klachten van appellant stonden het verrichten van arbeid niet in de weg volgens de rechtbank.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep vond dat de medische rapporten en het arbeidskundig onderzoek voldoende onderbouwing boden voor het besluit. De verklaringen over psychische beperkingen waren onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.