ECLI:NL:CRVB:2014:1713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en bezit onroerend goed
Appellant ontving bijstand van augustus 2004 tot november 2010, maar meldde niet dat hij eigenaar was van onroerend goed in Suriname. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het college een onderzoek dat bevestigde dat appellant meerdere onroerende zaken bezat die niet waren opgegeven.
Het college trok de bijstand en bijzondere bijstand in en vorderde de kosten terug, omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde aan dat hij niet over het onroerend goed kon beschikken vanwege vruchtgebruik en dat de waarde onder de vermogensgrens lag, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat het onroerend goed niet tot zijn vermogen behoorde of dat de waarde onder de grens lag. Het college had zorgvuldig gehandeld door appellant meerdere malen om informatie te vragen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens het niet melden van bezit van onroerend goed en wijst het hoger beroep af.