ECLI:NL:CRVB:2014:1714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onjuiste vaststelling gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij en appellant een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, waardoor bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar appellanten gingen in hoger beroep.
De Raad beoordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gezamenlijke huishouding bestond vanaf 5 oktober 2010. Uit verklaringen bleek dat het gezamenlijk hoofdverblijf pas vanaf 1 mei 2011 aannemelijk was. Ook was sprake van wederzijdse zorg vanaf die datum. De strafrechtelijke sepot van appellante deed hieraan niet af.
De Raad vernietigde het besluit voor de periode van 5 oktober 2010 tot 1 mei 2011 en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en griffierechten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand is vernietigd voor de periode van 5 oktober 2010 tot 1 mei 2011 en het college moet een nieuw besluit nemen.