ECLI:NL:CRVB:2014:1765

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2014
Publicatiedatum
22 mei 2014
Zaaknummer
12-4567 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep bijzondere bijstand

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake bijzondere bijstand, maar dit hoger beroep werd door de Raad op 17 december 2012 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de behandeling van het verzet bleek dat appellante niet in verzuim was geweest met de betaling van het griffierecht. De Raad besloot daarop het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond vóór de niet-ontvankelijkverklaring.

Het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp was niet verschenen bij de zitting van het verzet. De Raad veroordeelde het college in de proceskosten van appellante, begroot op € 243,50 voor verleende rechtsbijstand.

De uitspraak van 17 december 2012 vervalt daarmee en het onderzoek wordt voortgezet, waarbij appellante alsnog in de gelegenheid wordt gesteld haar aanvraag om bijzondere bijstand te laten beoordelen.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 mei 2014
12/4567 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 juli 2012, 12/41 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
en
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 17 december 2012 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 17 december 2012 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 27 mei 2013. Appellante was aanwezig, bijgestaan door mr. T. Neijzen, advocaat. Het college is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
De Raad heeft het onderzoek heropend en (de gemachtigde van) appellante in de gelegenheid gesteld nadere stukken in te dienen met betrekking tot haar aanvraag om bijzondere bijstand voor het griffierecht. Bij enkele brieven, de laatste van 31 december 2013, heeft appellante stukken ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft hij het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 17 december 2012 berust op de overwegingen dat het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest.
Het verzet is gegrond.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 17 december 2012 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Er bestaat aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellante, begroot op € 243,50 voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van [woonplaats] in de proceskosten
van het verzet van appellante tot een bedrag van € 243,50.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en A.M. Overbeeke en
M.F. Wagner als leden, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

TM