ECLI:NL:CRVB:2014:1793
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Onkostenvergoeding gemeenteraadslid niet als inkomen voor WAO-herziening
Appellante ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering op basis van een hoge mate van arbeidsongeschiktheid. Na haar benoeming tot gemeenteraadslid in 2011 ontving zij een onkostenvergoeding van de gemeente. Het UWV verlaagde daarop haar WAO-uitkering omdat deze vergoeding als inkomen uit arbeid werd beschouwd volgens artikel 44 van Pro de WAO.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, waarbij het fiscale loonbegrip als maatstaf werd gehanteerd. Appellante stelde echter dat de vergoeding een netto vergoeding voor daadwerkelijke kosten betreft en niet als inkomen moet worden aangemerkt, mede vanwege haar keuze voor fictief werknemerschap (opting-in).
De Raad overwoog dat een onkostenvergoeding die daadwerkelijk gemaakte kosten dekt niet als inkomen mag worden beschouwd binnen artikel 44 van Pro de WAO. De forfaitaire vergoeding is afgestemd op het inwonertal van de gemeente en komt overeen met netto vergoedingen voor raadsleden die niet voor opting-in kiezen. De Raad concludeert dat het UWV het begrip inkomen niet correct heeft toegepast en draagt het UWV op het besluit te herstellen door de onkostenvergoeding buiten beschouwing te laten bij de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen en de onkostenvergoeding buiten beschouwing laten bij de herziening van de WAO-uitkering.