ECLI:NL:CRVB:2014:1831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag wegens verdiencapaciteit boven 75% minimumloon
Appellante, die in 2007 een steekincident meemaakte met blijvende arm- en psychische beperkingen, diende in 2011 een Wajong-aanvraag in. Deze werd afgewezen omdat zij volgens het UWV ten minste 75% van het minimumloon kon verdienen. De rechtbank bevestigde dit oordeel na medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij niet in staat was 75% van het minimumloon te verdienen vanwege functionele beperkingen en een posttraumatische stressstoornis. De Raad oordeelde dat de beoordeling van het UWV juist was, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts uitgebreid onderzoek deed en relevante medische rapporten betrok.
De Raad stelde vast dat de aanvraag laattijdig was en dat het UWV terecht de verdiencapaciteit op het moment van aanvraag als maatstaf hanteerde. Nieuwe gronden of gegevens werden niet aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag omdat appellante minimaal 75% van het minimumloon kan verdienen.