ECLI:NL:CRVB:2014:185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen betalingsherinnering UWV
In deze zaak gaat het om een bezwaar van appellant tegen een brief van het UWV waarin een bedrag van € 6.118,15 werd opgeëist als onverschuldigd betaald. Het UWV kwalificeerde deze brief als een betalingsherinnering en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
De rechtbank Limburg onderschreef dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de brief een stuitingsbrief was die de verjaring van de terugvordering moest onderbreken en daarom wel als besluit moest worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de brief niet gericht was op rechtsgevolg en bevestigde dat het een betalingsherinnering betrof.
De Raad concludeerde dat de verjaring niet is gestuit en dat de regeling inzake verjaring in de Awb niet van toepassing is. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de betalingsherinnering wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen.