ECLI:NL:CRVB:2014:1904
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Weigering Wubo-uitkering wegens ontbreken causaal verband met calamiteit
Appellante, geboren in 1944, heeft aanspraak gemaakt op een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) vanwege een calamiteit waarbij zij als baby tijdens een huiszoeking door de Duitsers uit de armen van haar moeder werd geslagen en op de grond viel. Hoewel deze calamiteit is erkend, werd haar aanvraag voor een uitkering afgewezen omdat geen causaal verband werd vastgesteld tussen deze gebeurtenis en haar psychische en rugklachten.
De Raad heeft de medische stukken en adviezen bestudeerd, waaronder rapporten van orthopedisch chirurgen en psychiaters. Uit het onderzoek bleek dat de psychische klachten vooral voortkomen uit de problematische gezinssituatie na de oorlog, met name de psychische problemen van haar moeder, en niet direct uit de calamiteit. Ook de rugklachten werden medisch verklaard als aangeboren afwijkingen, zonder objectief bewijs van een verband met de val als baby.
Appellante werkte niet mee aan een nader medisch onderzoek, waardoor de Raad het eerdere standpunt van de geneeskundig adviseur kon handhaven. De Raad oordeelde dat het standpunt van verweerder over het ontbreken van een causaal verband voldoende onderbouwd was. Wel werd de procedurele overschrijding van de redelijke termijn erkend, waarbij de Raad een matiging toepaste en verweerder veroordeelde tot een schadevergoeding van €500 en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd, schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.