ECLI:NL:CRVB:2014:1928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven autohandel en stortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB vanaf februari 2008. Naar aanleiding van een vermoeden van autohandel heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellant tussen eind 2010 en begin 2012 meerdere auto's kortstondig op zijn naam had geregistreerd en dat er stortingen op zijn bankrekening plaatsvonden. Het college trok de bijstand over bepaalde perioden in en herzag de bijstand over andere perioden vanwege het niet melden van inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit voor de herziening en terugvordering over maart 2012, waarna het college een nieuw besluit nam waarin de herziening over maart 2012 werd teruggedraaid. De Raad beoordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn activiteiten geen zakelijke transacties waren en dat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden door geen inkomsten op te geven.
Verder concludeerde de Raad dat de stortingen op de bankrekening terecht als inkomen waren aangemerkt, omdat appellant de herkomst niet aannemelijk had gemaakt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en verklaart het beroep ongegrond.