ECLI:NL:CRVB:2014:196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld buitenlands onroerend goed
Appellante, geboren in 1937, ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) naast haar AOW. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) ontdekte via een onderzoek dat zij sinds 1989 een woning en perceel grond in Turkije bezit, wat niet was gemeld. De SVB paste daarop haar bijstandsuitkering aan en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
Appellante voerde aan dat het onroerend goed niet haar eigendom was en dat haar hoge leeftijd en analfabetisme haar niet in staat stelden de gegevens te melden. De Raad oordeelde echter dat het onroerend goed redelijkerwijs tot haar vermogen gerekend moet worden, omdat het op haar naam stond in het eigendomsregister en zij dit niet aannemelijk heeft tegengesproken.
Verder werd geoordeeld dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat de door de SVB gebruikte taxatie van een lokale makelaar betrouwbaar was. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde het bestreden besluit, waarbij de terugvordering werd beperkt tot de periode mei tot en met oktober 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld buitenlands onroerend goed wordt bevestigd.