ECLI:NL:CRVB:2014:1984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim ambtenaar
Betrokkene, werkzaam als financieel beleidsmedewerker bij de provincie Zuid-Holland, reageerde op 17 januari 2012 op een column van collega J op het intranet met een onheus bericht, waarin hij onder meer een kwetsende vergelijking maakte met denkbeelden uit de Tweede Wereldoorlog en J adviseerde zich te onderwerpen aan een deskundig onderzoek. Gedeputeerde staten legden hem hiervoor een disciplinaire straf van een schriftelijke berisping op.
De rechtbank ’s-Gravenhage vernietigde dit besluit omdat gedeputeerde staten onvoldoende onderzoek hadden gedaan naar de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim, mede vanwege een medische verklaring van een internist. De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde dat de medische gegevens onvoldoende specifiek waren om gerede twijfel aan de toerekenbaarheid te rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat betrokkene de grenzen van het toelaatbare had overschreden en dat zijn gedragingen niet gerechtvaardigd konden worden door de inhoud van de column. De opgelegde schriftelijke berisping was passend en niet onevenredig. Het hoger beroep van betrokkene werd verworpen en dat van gedeputeerde staten gegrond verklaard, waarmee het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim aan betrokkene wordt gehandhaafd.