ECLI:NL:CRVB:2014:2016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling besluit geen vervolgaanstelling wegens onvoldoende basis voor samenwerking
Appellante was gedetacheerd bij een onderdeel van haar werkgever en zou overgaan naar een andere dienst binnen die organisatie. Na langdurige afhoudende houding en negatieve ervaringen met betrekking tot de overgang, heeft het bestuur besloten geen vervolgaanstelling te verlenen wegens onvoldoende basis voor samenwerking.
Appellante voerde onder meer schending van artikel 6 EVRM Pro aan, maar de Raad oordeelde dat zij een eerlijke behandeling had gekregen. De Raad bevestigde dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft bij benoemingsbesluiten, met terughoudende rechterlijke toetsing.
Gezien de negatieve houding van appellante en het gebrek aan vertrouwen na een gesprek met het bestuur, was het besluit tot geen aanstelling gerechtvaardigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het besluit om appellante geen vervolgaanstelling te verlenen wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.