Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV omtrent een WAO-uitkering. Het UWV heeft op 4 maart 2013 een gewijzigde beslissing genomen waarbij aan appellant alsnog een WAO-uitkering per 8 oktober 2008 werd toegekend en het dagloon werd gecorrigeerd. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten en om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad overwoog dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten. De proceskosten werden begroot op € 2.678,50. De Raad constateerde dat de totale procedure ruim vijf jaar had geduurd, waarbij de redelijke termijn in de rechterlijke fase vermoedelijk was overschreden.
Daarom besloot de Raad het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en stelde de Staat der Nederlanden als partij in deze procedure aan. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 23 mei 2014.