ECLI:NL:CRVB:2014:2144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en bezit onroerend goed in buitenland
Appellante ontvangt sinds 2007 een AOW-pensioen met bijstand en later AIO-aanvulling. In 2011 meldde zij een woning in Turkije, waarna een onderzoek door de Nederlandse ambassade plaatsvond. De woning werd getaxeerd op circa €30.443, wat boven het vrij te laten vermogen ligt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot daarom tot terugvordering van in totaal €30.382,49.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. Appellante voerde aan dat de taxatiewaarde te hoog was en dat haar eigen taxaties een lagere waarde aantoonden, maar deze werden onvoldoende onderbouwd geacht en konden de officiële taxatie niet weerleggen.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormt voor intrekking van bijstand indien het vermogen niet kan worden vastgesteld. Appellante had onvoldoende gegevens aangeleverd om de waardeontwikkeling van de woning aan te tonen. De Raad concludeerde dat appellante gedurende de gehele periode over vermogen boven de vrijstellingsgrens beschikte en dus geen recht had op bijstand of AIO-aanvulling. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand en AIO-aanvulling wordt bevestigd.