ECLI:NL:RBGEL:2015:6027
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.W. van Osch - Leysma
- H.J. Klein Egelink
- T.A. Willems-Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en matiging verplicht
Eisers ontvingen bijstand sinds 2000, maar verweerder trok deze in wegens het niet melden van onroerend goed in Turkije en werkzaamheden in een garage. Verweerder vorderde €220.516,63 terug aan teveel betaalde bijstand.
De rechtbank oordeelde dat eisers de inlichtingenplicht hebben geschonden, waardoor intrekking van de bijstand terecht was. Echter, de rechtbank vond dat verweerder de terugvordering had moeten matigen op grond van eerdere rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, omdat de terugvordering anders onevenredig is.
De waarde van het onroerend goed was vastgesteld op €15.082,30 in 2014, en de rechtbank stelde vast dat de financiële gevolgen van het inlichtingenverzuim voor de periode 2001-2007 niet meer dan €4.592,30 konden bedragen. Verweerder moest daarom een nieuwe berekening maken. De beroepen tegen de intrekking van de bijstand per 1 juni 2014 en de korting op inkomsten werden ongegrond verklaard.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland op 29 september 2015.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugvordering van bijstand voor een deel en beveelt een nieuwe, gematigde beslissing binnen zes weken.