ECLI:NL:RBMNE:2016:1979
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. Bos
- C.M. Dijksterhuis
- E.G.J. Broekhuizen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand en matiging bestuurlijke boete wegens niet melden buitenlands onroerend goed
Eiseres ontving bijstand en heeft nagelaten een in Turkije op haar naam staand appartement en de daaruit ontvangen huurinkomsten te melden. Dit werd ontdekt in het kader van het project 'Vermogen in het buitenland', waarna verweerder de bijstand per 9 juli 2008 introk en een bedrag van € 93.680,54 terugvorderde. Tevens werd een boete van € 23.940,- opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen beschikking had over het vermogen en de huurinkomsten. Het onderzoek van het Internationaal Bureau Fraudebestrijding is zorgvuldig en gebaseerd op betrouwbare bronnen. De rechtbank wijst het beroep van eiseres op ongerechtvaardigde discriminatie af, omdat het risicoprofiel geoorloofd is.
Ten aanzien van de boete concludeert de rechtbank dat verweerder niet heeft bewezen dat eiseres opzettelijk heeft gehandeld, maar wel dat sprake is van grove schuld. Daarom wordt de boete gematigd tot € 17.960,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boete betreft en het bestreden besluit op dat punt vernietigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, de opgelegde boete wordt gematigd tot € 17.960,-.