Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2014:2167

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2014
Publicatiedatum
25 juni 2014
Zaaknummer
13-53 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetStb. 2012, 682
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening persoonsgebonden budget jaren 2005-2009

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 5 december 2012 betreffende de vaststelling van het persoonsgebonden budget (PGB) over de jaren 2005 tot en met 2009.

De Raad overwoog dat het verzoek om herziening alleen kan worden ingewilligd indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoekster stelde geen nieuwe feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldeden.

De eerdere uitspraak betrof de vaststelling van het PGB door het Zorgkantoor en niet de indicatie voor huishoudelijke verzorging door het CIZ of de gemeente. Verzoekster wilde alsnog correcties en een schadevergoeding voor de jaren 2005-2008, maar de Raad oordeelde dat dit niet aan de orde was in het herzieningsverzoek.

Daarom wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 25 juni 2014.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over het persoonsgebonden budget wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

13/53 AWBZ
Datum uitspraak: 25 juni 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 december 2012, 12/1680 AWBZ
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
Zorgkantoor Noordoost Brabant (Zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft op 27 december 2012 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 5 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5209.
Het Zorgkantoor heeft op 12 februari 2013 een reactie op het verzoek gegeven.
Verzoekster heeft op 26 april 2013 en op 25 april 2014 gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2014. Verzoekster is vertegenwoordigd door haar echtgenoot [naam echtgenoot]. Het Zorgkantoor is vertegenwoordigd door mr. J.H.M. van Rijn.

OVERWEGINGEN

1.1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb. 2012, 682) in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet aangebracht. Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing, zoals dat gold vóór 1 januari 2013. De hierna genoemde artikelen zijn de artikelen zoals deze vóór 1 januari 2013 golden.
1.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.3. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid, een nieuwe discussie over de betrokken uitspraak te openen.
2.
De uitspraak van de Raad van 5 december 2012 ging over de vaststelling door het Zorgkantoor van het persoonsgebonden budget over het jaar 2009 en over de persoonsgebonden budgetten over de jaren 2005 tot en met 2008. Over het vaststellingsbesluit over het jaar 2009 heeft de Raad overwogen dat deze gelijk was aan het verleningsbesluit over dat jaar, zodat er geen sprake was van een terugvordering door het Zorgkantoor op verzoekster. Het beroep tegen het besluit op bezwaar over 2009 heeft de Raad, doende wat de rechtbank zou moeten doen, ongegrond verklaard. Over de jaren 2005 tot en met 2008 heeft de Raad, in navolging van de rechtbank, overwogen dat verzoekster een herhaalde aanvraag had gedaan, waarover het Zorgkantoor nog moest beslissen.
3.
Uit het verzoek om herziening leidt de Raad af dat het verzoekster er om te doen is alsnog een correctie op de indicatie voor huishoudelijke verzorging te bewerkstelligen voor de jaren 2005 tot en met 2008 en alsnog een schadevergoeding te krijgen. De uitspraak van de Raad van 5 december 2012 gaat echter niet over de indicatie door CIZ tot 1 januari 2008 en door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss na 1 januari 2008, maar over de vaststelling van het persoonsgebonden budget door het Zorgkantoor. Bij haar herzieningsverzoek heeft verzoekster geen feiten of omstandigheden gesteld die beantwoorden aan de eisen die hiervoor zijn genoemd bij 1.2.
4.
Wat hiervoor is overwogen, leidt ertoe dat het verzoek om herziening wordt afgewezen.
5.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en M.F. Wagner en D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2014.
(getekend) A.J. Schaap
(getekend) E. Heemsbergen
JvC