ECLI:NL:CRVB:2014:2231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft bij het UWV een verzoek ingediend om terug te komen op het besluit waarbij haar WAO-uitkering per 30 juli 2007 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Dit verzoek werd afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank niet al haar bezwaren heeft meegewogen, waaronder onjuiste toepassing van handleidingen en instructies, onvoldoende motivering over belastende factoren en vermeende vooringenomenheid van het UWV. De Raad onderschrijft echter de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de aangevoerde punten reeds aan de orde zijn geweest en dat er geen sprake is van nova in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad stelt vast dat de medische en arbeidskundige beoordeling, inclusief de noodzaak van een urenbeperking, zorgvuldig en juist is uitgevoerd. De opvattingen van appellante over onvoldoende erkenning van haar aanspraken en vermeende vooringenomenheid worden niet bevestigd. Gezien deze overwegingen is het besluit van het UWV om het eerdere besluit niet te herzien redelijk en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt bevestigd.