ECLI:NL:CRVB:2014:2332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verantwoording en vaststelling van persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp
Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Koggenland omtrent de vaststelling van het persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp over de jaren 2009 tot en met 2012. De rechtbank had het beroep van appellanten tegen het besluit van 9 november 2011 ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2012 doorgezonden naar de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat het college in redelijkheid slechts dat deel van het pgb voor 2009 en 2010 heeft kunnen toekennen waarvan was gebleken dat appellanten dit konden verantwoorden. Voor 2011 en 2012 is de gehanteerde systematiek niet onredelijk, mede omdat appellanten zich konden melden indien zij meer uitgaven verwachtten dan het voorlopige bedrag.
Appellanten voerden aan dat zij slechts het netto pgb, dus het pgb minus de eigen bijdrage, hoefden te verantwoorden. De Raad oordeelt echter dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Koggenland 2007 ruimte biedt om verantwoording te verlangen over het gehele pgb. De eerdere uitspraak van de rechtbank Alkmaar over 2008 leidt niet tot eenzelfde oordeel voor de jaren daarna.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Tevens verklaart de Raad het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2012 ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.