ECLI:NL:CRVB:2014:2367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage voor zorg aan verdragsgerechtigde in Frankrijk
Appellant, woonachtig in Frankrijk en pensioenontvanger, is door het Zorginstituut als verdragsgerechtigde aangemerkt met recht op zorg in Frankrijk, waarvoor hij een buitenlandbijdrage op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) moet betalen. Het Zorginstituut stelde de buitenlandbijdrage voor 2006 en 2007 definitief vast, waartegen appellant bezwaar maakte, maar deze werden ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant terecht de buitenlandbijdrage verschuldigd is en verwierp zijn beroepen op strijdigheid met het vrijheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en discriminatie, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Centrale Raad van Beroep. Ook het argument dat de buitenlandbijdrage een verboden belasting zou zijn, werd afgewezen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder tegen de vaststelling van de woonlandfactor en de inhouding van de AWBZ-bijdrage, maar bracht geen nieuwe gronden aan. De Raad stelde vast dat de rechtbank de bezwaren uitvoerig en juist had behandeld en onderschreef het oordeel dat het beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage wordt bevestigd.