ECLI:NL:CRVB:2014:2380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze in vanaf 4 maart 2009 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar ex-partner, zonder dit te melden. Een onderzoek van de sociale recherche bracht onder meer verklaringen, waarnemingen en telefoongegevens aan het licht die het samenwonen bevestigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar verklaring onder druk was afgelegd en dat haar ex-partner niet op haar adres woonde. De Raad oordeelde dat de verklaring rechtsgeldig was en dat de feiten, waaronder waarnemingen en getuigenverklaringen, voldoende waren om het gezamenlijke hoofdverblijf aan te tonen.
De Raad bevestigde dat het college de bewijslast draagt voor het intrekken van bijstand en dat de intrekking betrekking heeft op de periode van 4 maart 2009 tot 6 maart 2012. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.