ECLI:NL:CRVB:2014:2419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim en schending vertrouwen bij lening aan collega
Betrokkene was vanaf 1 april 2007 voltijds in vaste dienst bij de werkgever in een topfunctie. In 2007 werd loonbeslag gelegd op het salaris van collega V wegens een schuld van €17.621,59. Betrokkene sloot namens de werkgever een overeenkomst met V waarbij het bedrag als voorschot werd verstrekt met terugbetalingsafspraken. V betaalde niet terug.
Betrokkene gebruikte onbevoegd gemeenschapsgeld om het derdenbeslag te voorkomen en nam het lange tijd voor lief dat V de lening niet terugbetaalde, zonder het bestuur te informeren. Dit leidde tot een onderzoek door Ernst & Young en uiteindelijk tot onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag onevenredig was en gaf aan dat ongeschiktheidsontslag passender was. De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel, stelde vast dat het plichtsverzuim ernstig was en dat betrokkene het vertrouwen had geschonden. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het ontslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag wordt bevestigd.